← alle verhalen

Van ploeteren naar perspectief, mijn verhaal – deel 2

5 juli 2026

Van ploeteren naar perspectief, mijn verhaal – deel 2

Nadat de liefde je naar een nieuwe omgeving bracht, volgde een uitputtende zoektocht naar erkenning voor je fysieke klachten en een plek op de arbeidsmarkt. Je ontdekt hoe een jarenlange strijd tegen onbegrip en een leven in uiterste eenvoud je uiteindelijk dwongen om naar de noodkreet van je eigen lichaam te luisteren.

Zoals je in mijn vorige blog kon lezen, veranderde die ene reis naar Bolivia mijn leven. Maar hoe dan, hoor ik je denken. Het was niet alleen een prachtige reis, maar ik leerde er ook iemand kennen. Iemand waarbij ik me meteen op mijn gemak voelde, alsof alles gewoon klopte. Na de reis bleek al snel dat we steeds meer bij elkaar wilden zijn. Jawel, de liefde was een feit. En dat is het trouwens nog steeds, al 12 jaar lang. Hij gaf me vertrouwen in mezelf en deed me inzien dat wat anderen van me denken, er niet toe doet. Dat het helemaal ok is om in een jogging en met vettig haar boodschappen te gaan doen. Hij geloofde in me, en dat stukje dat ik vóór de reis miste, werd eindelijk ingevuld. Maar de afstand tussen ons was lastig. Ik had geen auto – in de stad had ik die niet nodig – en met de trein deed ik er anderhalf uur over om bij hem te geraken. Toch hielden we vol. Na een jaar besloten we samen te gaan wonen. Ik verruilde de bruisende stad voor zijn dorp. Op zich overdreef ik destijds hoe “plattelands” het was, maar het contrast voelde toen voor mij gigantisch.
Een jaar van eenzaamheid.
Wat volgde, was een jaar van eenzaamheid. Mijn vrienden bleven in Gent, ik veranderde bij Colruyt van filiaal, en ik voelde me vastzitten in een dorp dat me niet aansprak. Mijn man – we zijn niet getrouwd, maar na 12 jaar staat dat voor mij gelijk – reisde geregeld enkele maanden naar het buitenland voor zijn werk, waardoor ik vaak alleen achterbleef. We overwogen op een bepaald moment te verhuizen, maar ik besloot door te zetten. Nieuwe mensen leren kennen, dat moest lukken. En halleluja dat ik dat heb gedaan! Nu, jaren later, heb ik hier geweldige vrienden, voel ik me hier helemaal thuis en hou ik van de rust. Na dat eenzame eerste jaar hier begonnen we aan grote verbouwingen. Nu ja, vooral mijn man – ik deed de rest. Niet lang daarna merkte ik dat ik steeds meer pijn kreeg. Ik bezocht meerdere malen de huisarts, specialisten (op eigen vraag), en onderging vele onderzoeken in het ziekenhuis. Maar buiten “je bent te dik” en “steunzolen zullen helpen” kreeg ik geen deftige conclusie. Ik voelde dat er iets anders speelde en bleef zoeken. Uiteindelijk moest ik mijn werk bij Colruyt opgeven; het werd fysiek te zwaar. Ik begon aan een opleiding tot zorgkundige, wachtende op een diagnose en om die onzekere tijd toch nuttig te maken. Maar na maanden van onderzoeken kwam fibromyalgie ter sprake. Dat betekende het einde van mijn opleiding, hoe graag ik het ook deed. Met pijn in het hart moest ik stoppen en ging ik opnieuw op zoek naar een job. Ondertussen woonden we in een aanhang caravan in de tuin, dat was niet het originele plan, maar soms moet je je aanpassen aan situaties. Dat betekende dus geen stromend water maar een voorraad in een emmer en flessen, geen toilet, geen douche, buiten koken, zowel zomer als winter … mijn dierbaarste bezit toen? De warmwaterkoker! Het was zwaar, maar ergens voelde ik met momenten een soort van geluk in de eenvoud.
Geluk in de eenvoud.
De zoektocht naar werk verliep moeilijk. Zonder diploma haalde ik vaak niet eens de sollicitatieronde. Uit wanhoop en een sterke wil om me nuttig te voelen, begon ik deeltijds als huishoudhulp. Dat gaf voldoening, maar na een jaar was ik op. Het was fysiek te zwaar. Ik vond een oplossing via VDAB: een herscholing tot consulente in de dienstenchequesector. Ik had ervaring in de sector en zag een kans om via deze weg een bureaujob te bemachtigen. Mijn stage liep goed, en na afloop mocht ik meteen starten. Eindelijk voelde ik me weer nuttig.   Ik werd niet geloofd, stond constant onder evaluatie, en mijn ziekte werd tegen mij gebruikt. Toch was die tijd financieel zwaar. Mijn uitkering tijdens de opleiding was gebaseerd op mijn loon als huishoudhulp: 400 euro per maand. Dat maakte me best wel gefrustreerd en kwaad, maar daar schrijf ik later een aparte blog over, want dat onderwerp verdient meer aandacht. Hoewel we in die periode in onze kleine caravan leefden – zonder enige luxe – voelde ik me gelukkig. Tot het op werkvlak opnieuw misging. Ik werd niet geloofd, stond constant onder evaluatie, en mijn ziekte werd tegen me gebruikt. Na drie jaar was het niet meer houdbaar. Mijn lichaam gaf dat blijkbaar ook echt aan, ik was constant misselijk, voelde me draaierig, alles ging heel moeizaam. Ik deed een reeks onderzoeken, er volgden enkele spoedopnames en na gesprekken daar met een specialist bleken mijn symptomen psychosomatisch. Mijn lijf wilde me vertellen dat ik heel ongelukkig was en dat stress daardoor me teveel werd. Gelukkig waren we er snel bij, en met de nodige rust voelde ik me al snel beter. Maar omdat er geen plek meer was voor mij in een ander filiaal, bleef ik officieel op ziekteverlof op aanraden van de bazen. Ja, echt waar: de omgekeerde wereld. Daar stond ik dan, met ziekteverlof en onzekerheid over mijn toekomst. Wat nu? Wat ik deed met deze tijd lees je in de volgende blog!